De WBTR zet verenigingen en stichtingen ertoe aan hun bestuur en toezicht scherp te herijken. Het artikel benadrukt dat dit méér is dan voldoen aan nieuwe wettelijke eisen: het is een kans om governance te professionaliseren en opnieuw te toetsen of de inrichting nog klopt met de bedoeling, strategie en context van de organisatie.
Een kernpunt is dat de wet expliciete keuzes vraagt in het governancemodel en in rolzuiverheid. Hybride of meerlaagse constructies kunnen onder druk komen te staan, waardoor het belangrijk is om helder te bepalen wie bestuurt, wie toezicht houdt, hoe bevoegdheden zijn belegd en hoe informatie en besluitvorming zijn georganiseerd.
"Het enkel aanpassen van de topstructuur en de statuten is niet voldoende om daarna te spreken van good governance"


