Openstaande vacature Aan de slag als Senior Adviseur? Lees meer
Artikel Structuur en besturing

9 oktober 2024

Juist beleid: een kwestie van het goede goed doen

Ter ere van het 100-jarig jubileum van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) schreven onze collega’s Steven ten Have en Maarten Hendriks een hoofdstuk in de bundel ‘100 jaar VEB’. Zij schreven dat een juist beleid binnen een organisatie een kwestie is van ‘het goede goed doen’. Aan de hand van het door hen ontwikkelde empirische corporate governance model leggen ze uit wat daar allemaal bij komt kijken.  

Geplaatst in 100 jaar VEB (Vereniging van Effectenbezitters), 2024, pagina 679-696

Bekijk het volledige artikel
Juist beleid: een kwestie van het goede goed doen

Korte samenvatting

De legendarische Nederlandse bestuursadviseur Co de Koning publiceerde in 1987 het boek Goed bestuur. De regels en de kunst.3 De achterflaptekst kenschetst het boek als “het boeiende verslag van een rondreis door bestuurlijk Nederland, geschreven door een actief participant in talrijke bestuurlijke en strategische omschakelingsprocessen in grotere Nederlandse ondernemingen”. Belangrijke thema’s in dit boek over goed ondernemingsbestuur zijn de chemie in de top, de raad van commissarissen, spanningen in het bestuur, fusies en bijzondere bestuurlijke figuren zoals de vicevoorzitter.

Op het eerste oog, en ook in de hoofdtekst, komt het onlosmakelijk met bestuur verbonden ondernemingsrecht er bekaaid af. Na de hoofdtekst volgt evenwel een juridisch compendium met daarin een juridisch alfabet met een honderdtal veel voorkomende juridische begrippen, “onmisbaar voor de bestuurder en commissaris die de wet wil kennen, maar zijn weg daarin niet zo makkelijk weet te vinden”. Dat alfabet sluit af met de ‘W’ van wanbeleid. Daarbij wordt gewag gemaakt van wanbeleid, vast te stellen met een enquête (gebaseerd op het enquêterecht), als voorwaarde voor het treffen van voorzieningen door de Ondernemingskamer.

De Koning stelt, in 1987 dus, dat wanbeleid geen nauwkeurig omschreven wettelijk begrip is. Hij meldt dat nalatigheid, ernstig tekortschieten en zelfs besluiteloosheid als gevolg van verdeeldheid in het bestuur onder wanbeleid kunnen vallen. Hij spreekt, terecht, over een ‘ruime marge van interpretatie’ die de wetgever aan de Ondernemingskamer heeft willen laten: “De jurisprudentie op dit punt is nog zeer onvolkomen.

Inmiddels zijn we ruim 35 jaar verder. Nog steeds is het geen uitgemaakte zaak wat onder wanbeleid wordt verstaan en, in het verlengde daarvan, onder onjuist beleid, juist beleid of goed ondernemingsbestuur. De plek waar vragen hierover vanuit de praktijk van onderneming en recht centraal staan, is de Ondernemingskamer (OK). Zeer recent, in augustus 2023, zei Aernout Vink, de voorzitter van de Ondernemingskamer in een interview: “De OK heeft een grote vrijheid om de bevoegdheden die aan ons zijn toegekend toe te passen. De norm is dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken. Wat dat precies inhoudt weet eigenlijk niemand. In de loop van de jaren zijn er natuurlijk wel heel veel uitspraken geweest waarin een aantal type gedragingen zijn aangewezen die aanleiding moeten geven tot ingrijpen.

Het voorgaande maakt het extra relevant en interessant om de vraag te stellen wat verstaan wordt onder ondernemingsbestuur dat als goed wordt gezien. Daarom wordt in dit hoofdstuk, op basis van een door ons uitgevoerd empirisch onderzoek in de bestuurspraktijk, ingegaan op wat onder ‘goed ondernemingsbestuur’ en ‘good governance’ kan worden verstaan. Voor dit onderzoek hebben wij onder andere 61 personen uit de corporate governance community geïnterviewd en gevraagd naar hun opvattingen over good governance. Deze groep bestaat onder andere uit bestuurders, commissarissen, rechters, advocaten en hoogleraren die betrokken zijn geweest bij verschillende invloedrijke rechtszaken op het gebied van corporate governance.

Op basis van de gevonden resultaten presenteren wij hier een integraal model voor good governance. Dit model vullen we verder in aan de hand van wetenschappelijke literatuur uit het domein van organisatie en management. Wij sluiten dit hoofdstuk af met een beschouwing en vooruitblik ten aanzien van het governanceveld. De heersende rechtsopvatting omtrent good governance als vertrekpunt.

Verder praten over deze onderwerpen?

Heb je een vraag over dit onderwerp, herken je iets uit onze cases, of wil je weten hoe dit in jouw organisatie speelt? We denken graag met je mee.